Werkdomeinen

Een psycholoog kan zowel voor dagdagelijkse problemen als voor ernstig psychisch lijden geraadpleegd worden. Hierna geven we voorbeelden van frequent voorkomende hulpvragen:

  • Verwerken van emotionele klachten: angst, woedeaanvallen, depressieve gevoelens, innerlijke onzekerheid, burn-out, eenzaamheid, zich geblokkeerd voelen
  • Gedragsproblemen: agressie, impulsiviteit, zelfpijniging
  • Verwerken van overlijden, echtscheiding, traumatische ervaringen, schuld, levenscrisis, ernstige lichamelijke ziekte
  • Vragen rond identiteit: zelfbeeld, zelfvertrouwen, geaardheid, handicap, onvruchtbaarheid
  • Problemen m.b.t. echtscheiding: hoe nog samen ouder blijven na de scheiding, de complexiteit van nieuw samengestelde gezinnen
  • Lichamelijke klachten: stress, slaapproblemen, opgehoopte spanningen, pijn en vermoeidheid, buikpijn, hoofdpijn
  • Problemen gerelateerd aan de werkcontext
  • Moeilijkheden bij het begin van een nieuwe levensfase: samenwonen, zwangerschap en kinderen krijgen, pubers in huis
  • Moeilijkheden in contact met anderen: assertiviteit, zich eenzaam voelen, eigen grenzen moeilijk kunnen aangeven
  • Relatieproblemen: jullie zijn elkaar doorheen de tijd verloren, misbruik binnen de relatie, het vertrouwen is zoek
  • Levens- en zingevingsvragen: omgaan met doodsangst, abortus of euthanasie-beslissingen, een gevoel vastgelopen te zijn in het leven
  • Ondersteunende nazorg na een psychiatrische opname

We bekijken de hulpvraag van de patiënt en omgeving eerst binnen een zo ruim mogelijk kader om ze een zo breed en correct mogelijke betekenis te geven. Vervolgens formuleren we de hulpvraag binnen de psychodiagnostiek en behandelmogelijkheden om zo tot een behandeldoel te komen.

De kennis van de verschillende therapeutische denkkaders is in de groepsprivépraktijk aanwezig en beïnvloedt onze manier van denken. Elk hebben ze verschillende uitgangspunten en daardoor ook een andere aanpak, maar ze hebben ook veel gemeenschappelijk: doorgaans is de therapie gebaseerd op een diepgaand gesprek tussen cliënt en therapeut. De relatie tussen cliënt en therapeut is vaak doorslaggevend voor het resultaat. De meeste therapeuten gebruiken daarom een mix van de verschillende technieken, naargelang de persoon die voor hem/haar zit en de problematiek van deze persoon.

Er zijn vier grote stromingen in de psychotherapie: de cognitieve gedragstherapie, de systeemtherapie, de psychoanalytische therapie en de ervaringsgerichte therapie. We lichten elk van deze stromingen kort toe.

In gedragstherapie en cognitieve therapie staan iemands kenmerkend gedrag en eigen denkwijze centraal. De gedragstherapie gaat ervan uit dat we datgene wat we in de loop van ons leven hebben geleerd, ook weer kunnen afleren. Een gedragstherapeut werkt vaak met oefeningen en opdrachten. In deze therapie werkt iemand stapsgewijs aan een concreet probleem of aan een bepaalde klacht om zo een van tevoren geformuleerd doel te bereiken. Een patiënt leert zo situaties anders aan te pakken.

Binnen een systeemtherapie kijkt een psychotherapeut vooral naar de wisselwerking tussen mensen. De term “systeem” verwijst naar de sociale netwerken waarvan iedereen deel uitmaakt zoals het gezin, de partnerrelatie, de werk- en vriendenkring, enz. Relatietherapie en gezinstherapie zijn twee vormen van systeempsychotherapie. In deze gesprekken zoekt men naar interactiepatronen die moeilijkheden binnen relaties kunnen onderhouden. Dat betekent dus dat een bepaalde klacht niet alleen vanuit het standpunt van een aangemelde patiënt wordt bekeken.

Psychoanalyse en psychoanalytische therapie vertrekken sterk vanuit het spontane spreken van de cliënt/patiënt. Klachten en symptomen zitten meestal ingebed in een ontwikkelingsgeschiedenis, een verweven levensverhaal. Vanuit dit gegeven gaan analytische therapeuten de cliënt helpen om het levensverhaal zo goed mogelijk onder woorden te brengen, geleidelijk aan te herschrijven. Een logisch gevolg van dit proces is dat iemand inzicht kan verwerven in zichzelf, in z’n klachten, onderliggende oorzaken kan ontdekken en dat de klachten en symptomen kunnen veranderen, kunnen verminderen in intensiteit.

Cliëntgerichte psychotherapie richt zich, zoals de psychoanalytische werkvormen, naar het hier en nu van de patiënt. Ook hierbij voedt men de autonomie van de patiënt in de overtuiging dat hij zelf voldoende sterk is om keuzes te maken en oplossingen te vinden voor zijn problemen. Een therapeut is bij deze wijze van werken echter actiever in zijn interventies, komt frequenter tussen meer steunend en activerend. Patiënten voelen zich zo aangemoedigd hun wijze van denken en handelen te veranderen. Deze meer interveniërende opstelling verleent deze therapievorm een wat pragmatischer karakter.